Door Annemieke Wissink op 21 maart 2017

Veehouderij, grenzen aan de groei

Omwonenden van veehouderijbedrijven maken zich steeds grotere zorgen over de effecten van deze bedrijven op hun gezondheid en welzijn en niet onterecht. De veehouderij veroorzaakt aanmerkelijke risico’s voor de volksgezondheid en negatieve effecten op de leefbaarheid. Dit is een waarheid die sinds de recente wetenschappelijke publicaties niet meer valt te ontkennen.

Schaalvergroting
De schaalvergroting van de afgelopen decennia heeft een aardverschuiving in de agrarische sector veroorzaakt. Vergeleken met 1955 hebben we nog maar 15% van het aantal boerenbedrijven. Het aantal dieren is in dezelfde periode verveelvoudigd. Het resultaat is steeds grotere bedrijven met steeds meer dieren. Schaalvergroting wordt gezien als economische strategie om de dalende inkomsten voor de landbouwproducten te ondervangen. Met meer dieren gaan de kosten per liter melk of kilo vlees omlaag en de productie en dus de inkomsten omhoog. Een logische strategie, die enorm gestimuleerd wordt door adviseurs en banken onder het motto: stilstand is achteruitgang. Maar deze trend van groter, groter, groter, hoe lang houden we dat nog vol? Zijn er grenzen aan de groei en zo ja, waar liggen die?

Het resultaat van de schaalvergroting is dat Nederland de hoogste veedichtheid van Europa kent. Overijssel heeft een behoorlijke runder- en pluimveestapel en wordt na Brabant, Limburg en Gelderland gezien als de vierde provincie qua veedichtheid. De Nederlandse en Overijsselse landbouw produceert een grote hoeveelheid voedsel voor zowel eigen inwoners als de export, draagt positief bij aan onze economie, maar levert ook een aanzienlijke hoeveelheid maatschappelijke effecten in de vorm van milieuschade, achteruitgang in biodiversiteit, overlast en risico’s voor de volksgezondheid.

Gezondheid en leefbaarheid
Door de productie van fijnstof draagt de veehouderij hoogstwaarschijnlijk bij aan een groot gedeelte van de sterfte door luchtverontreiniging in het hele land. Omwonenden van veehouderijbedrijven hebben een verminderde longfunctie en meer last van longontstekingen. Veel vee is besmet met ziekteverwekkers die voedselinfecties of een plotselinge zoönose-uitbraak zoals Q-koorts kunnen veroorzaken. Ondanks de enorme daling van antibioticagebruik in de veehouderij in Nederland vormt antibioticaresistentie, onder meer veroorzaakt door onzorgvuldig gebruik van antibiotica in de veehouderij, een grote bedreiging voor de volksgezondheid. In de buurt van veehouderijbedrijven wordt vaak geuroverlast ervaren, waardoor de leefbaarheid ernstig wordt aangetast. Daarnaast zijn forse maatschappelijke kosten ontstaan bijvoorbeeld door ziektehuisprotocollen i.v.m. de besmettelijke MRSA-bacterie of de screening van donorbloed op gekkekoeienziekte, hepatitis-E en Q-koorts, allen afkomstig uit de veehouderij. Er bestaan ook enkele positieve gezondheidseffecten – zo hebben omwonenden van veehouderijbedrijven minder last van astma en allergie – maar dat doet niks af aan het totaalbeeld, wat overduidelijk negatief is.

Maatschappelijke discussie
Het gesprek rond de maatschappelijke effecten van de veehouderij leidt niet zelden tot verhitte discussies, zoals we recent konden ervaren bij het nationale debat veehouderij en volksgezondheid in Deurne. Het is ook een complex onderwerp. De kritiek komt bij de meeste boeren niet alleen binnen als commentaar op hun bedrijfsvoering, maar als een aanval op hun bestaan, identiteit en inkomen. De individuele boer is dan ook niet schuldig aan de ontstane situatie. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, boer, consument, bank, adviseur, belangenorganisaties, verwerkers, retailers, voerleveranciers en dierenartsen. En al deze ketenpartijen hebben een rol te spelen in het aanpakken van het probleem.

Algemeen belang
Het bewaken van het algemeen belang is dé kerntaak van de overheid, een belangrijk onderdeel hiervan is de bescherming van de gezondheid en welzijn van alle inwoners. Daarom is één van de pijnlijkste conclusies uit het rapport ‘Volksgezondheid en veehouderij: alles op een rij’ de volgende: “Opvallend is dat de overheid in haar beleid (…) weinig rekening houdt met het voorkómen van gezondheidsproblemen door de veehouderij. (…) Vaak winnen de (economische) belangen van de agrarische sector het van de volksgezondheidsbelangen.”

Het is in mijn ogen absoluut noodzakelijk dat de overheid zo snel mogelijk ingrijpt en gezondheidsrisico’s van de veehouderij serieus gaat nemen. Staatssecretaris van Dam heeft hiervoor de wet ‘veedichte gebieden’ aangekondigd. Met deze wet krijgen provincies instrumenten om leefbaarheid en volksgezondheid mee te wegen, een noodzakelijke verbetering van de provinciale mogelijkheden. Essentieel voor het uiteindelijke resultaat is dat deze wet in de Tweede en Eerste Kamer wordt aangenomen en Provincies de instrumenten die deze wet aan hen geeft ook daadwerkelijk gaan gebruiken. Wat beide, gezien de politieke verhoudingen in het land en Overijssel, zeer de vraag is.

Grenzen aan de groei
Ik ben ervan overtuigd dat de grenzen van de groei zijn bereikt. De baten van de landbouw in zijn huidige intensiteit en schaal wegen niet meer op tegen de maatschappelijke kosten. De oplossing kan gevonden worden in een krimp van de veestapel, het zo veel mogelijk herstellen van de grondgebondenheid van de landbouw en het actief terugbrengen van de veedichtheid in overbelaste gebieden. Makkelijk zal dit niet worden en het gaat ook zeker pijn doen, maar het langer blijven ontkennen van de feiten is voor mij geen optie.

Annemieke Wissink

Annemieke Wissink

In Hof van Twente woont Annemieke Wissink samen met haar gezin. Het landelijke gebied en de schoonheid en het belang daarvan gaat haar zeer aan het hart. Ze was betrokken bij beleidsadvisering op het gebied van plattelandsontwikkeling, landbouw, natuur en milieu. Over die onderwerpen praatte ze tot maart 2014 mee in de raad van Hof van Twente,

Meer over Annemieke Wissink