Door Anneke Beukers op 15 januari 2014

5000 vrijwilligers Landschap Overijssel in de kou

Al tachtig jaar steekt de Stichting Landschap Overijssel de handen uit de mouwen voor het beheer van natuur en het landschap in de provincie. Op dit moment dragen zo’n 5.000 vrijwilligers via het Landschap verantwoordelijkheid voor het onderhoud van het landschap in onze provincie. Ze herstellen houtwallen, poelen en boomgaarden, beschermen weidevogels, ze verzorgen cursussen voor basisscholieren en het zijn de gidsen voor toeristische wandelingen. Door bezuinigingen van Gedeputeerde Staten dreigt de financiële ondersteuning van dit vrijwilligerswerk nu weg te vallen. Om de gevolgen van die keuze te inventariseren nam een delegatie van de Overijsselse PvdA en D66 poolshoogte in bezoekerscentrum De Wheem in Oud Avereest.

Onze vrijwilligers verzetten jaarlijks meer dan 100.000 uur aan werk,” zegt Jessica Winter. Het Hoofd Communicatie & Vrijwilligerswerk van het Landschap Overijssel valt maar direct met de deur in huis. “Daarvoor krijgen we in 2014 van de provincie nog maar € 150.000, en vanaf 2015 helemaal niets meer. Terwijl wij vinden dat het werk dat we hier doen van essentiële waarde is voor Overijssel. Het beheer van landschap is eigenlijk gewoon een provinciale basistaak.” In plaats daarvan wordt de subsidie afgebouwd naar nul euro. Zuid-Holland en Overijssel zijn de enige Nederlandse provincies die zo rücksichtslos snoeien in het landschapsbeheer.

Beheer en bescherming

Wij doen de dingen waar anders niets van terecht zou komen,” zegt vrijwilliger Hans Nijhuis. Hij begeleidt als mentor scholieren van praktijkscholen die bij het Landschap stage lopen. Hij geeft als voorbeeld een bospoel waar salamanders wonen. “Zoiets moet eens per jaar uitgegraven worden. Maar in dit geval stonden er bomen omheen waardoor de graafmachine er niet bij kon komen. Daar moesten er dus een paar van geveld worden. Dat gaan wij dan doen, want wij vinden het plezierig om dat soort dingen te doen. En wie doet het anders?”

En we vragen er bijna niets voor terug,” vult Wiebe Tolman aan. Hij is vrijwillige boswachter en al twintig jaar actief voor het Landschap. “We doen bijna alles gratis. We hebben alleen goed materieel nodig.” En dat kost geld. Het Landschap organiseert bijvoorbeeld ploegen die de eigenaren van hoogstamfruitbomen leren hun bomen te snoeien. Daarvoor zijn ladders en EHBO-kits nodig, en die moeten elk jaar gekeurd worden. “Laat dat eens duizend euro kosten. Op de schaal van een hele provincie is dat niets. Maar wie gaat het straks betalen?”

Nijhuis geeft nog een voorbeeld: “We gaan als vrijwilligers met basisscholieren de natuur in om wilgen te knotten. Hartstikke leuk, maar om dat voor elkaar te krijgen moet er wel eerst contact gelegd moeten worden met scholen, er moet een leer-werkprogramma komen en van alles georganiseerd worden. Daar hebben wij niet allemaal kaas van gegeten, en dus is een stukje ondersteuning nodig. Dat is er straks niet meer.”

De kosten van bezuiniging

Winter vreest dat door de bezuinigingen op Landschap Overijssel het vrijwilligerswerk in het slop zal raken, en daarmee ook het landschapsbeheer. “Dan vraag ik me af wat deze bezuiniging eigenlijk kost,” stelt PvdA-Statenlid Anneke Beukers. In 2012 kostte het vrijwilligerswerk van het Landschap Overijssel de provincie in totaal € 300.000. “Als we daarvoor 5.000 mensen en 100.000 uur aan werk terugkrijgen zitten we voor een dubbeltje op de eerste rang.” Collega-Statenlid Thomas Walder van D66 sluit zich daarbij aan. “Zo bezuinigen op het landschap is één van de stomste dingen die je kunt doen.”

Natuurlijk zoeken we naar verdienmodellen om minder onafhankelijk van subsidie te worden,” zegt Winter. Maar hoe verdien je geld met het beschermen van weidevogels of het onderhoud van houtwallen? Bovendien: “We zijn niet wars van geld verdienen, maar we vinden ook dat mensen met een kleine beurs van het landschap moeten kunnen blijven genieten.” En € 300.000 sprokkel je niet bij elkaar door de prijs van een kopje koffie in de drie bezoekerscentra omhoog te gooien.

Noaberschap

We hebben het in Overijssel graag over ‘noaberschap’. Vanuit dat oogpunt zou je een op vrijwilligerswerk gestoelde organisatie als het Landschap juist een warm hart moeten toedragen,” vindt Beukers. De vrijwilligers van Landschap Overijssel vormen een netwerk met enorm veel specialistische kennis over het onderhoud en beheer van het landschap in de provincie. Het voortbestaan daarvan is nu in het geding. “Ik ben erg bang dat Gedeputeerde Staten hier met het oog op korte termijnwinst een beslissing nemen die ons als provincie op de lange termijn ongelofelijk veel gaat kosten.”

Ze krijgt daarin bijval van Gerrit Hamming. Hij is als schaapsherder, klusjesman en depotbeheerder zo’n vijftig tot zestig uur per maand actief voor het Landschap. “Neem zoiets als een schaapskudde die op een duurzame manier de heide onderhoudt. Als die wegbezuinigd is en over een jaar moet die beslissing worden teruggedraaid dan kan dat niet. Dan is het te laat. Als het weg is, is het weg en krijg je het nooit meer terug.”

Op 22 januari behandelen Provinciale Staten het voorstel om de subsidie van het Landschap Overijssel na 2014 stop te zetten. Voor Landschap Overijssel is die bezuiniging een bittere pil, maar voor het Overijsselse landschap zijn de consequenties misschien nog veel desastreuzer. 

Anneke Beukers

Anneke Beukers

Anneke Beukers woont samen met haar man in Westerhaar. Ze is geboren in 1955 en zelfstandig ondernemer met een eigen adviesbureau. Haar werkterrein is advisering en coaching in alle geledingen van het onderwijs en zaken die verbonden zijn met het onderwijs. Verder is ze commissaris bij Soweco en lid van de Raad van Toezicht bij

Meer over Anneke Beukers