Tussen plan en praktijk

19 december 2019

In het provinciaal bestuur en ook bij andere overheden is sprake van dualisme: de Staten geven de richting en stellen de begroting vast, het dagelijks bestuur voert daarna onze besluiten uit.

Dat betekent dat wij ons als Statenleden richten op het formuleren van uitgangspunten. We leggen bijvoorbeeld vast hoe wij willen dat het openbaar vervoer in onze regio wordt geregeld. We nemen daarbij als provinciale staten geen beslissingen over individuele bushaltes en ook niet over de kleuren op de trein. Wel besluiten we over investeringen in bijvoorbeeld elektrificatie van het spoor, de vormgeving van het busnet, dat bus en trein voor iedereen toegankelijk moeten zijn én hoeveel geld daarvoor beschikbaar is. Voor de uitvoering van die beslissingen moeten we ervan uit kunnen gaan dat de mensen van de praktijk de juiste keuzes maken, en dat ze dat in overleg met betrokkenen doen.

Helaas gaan er tussen plan en praktijk soms dingen mis. In de laatste vergadering van provinciale staten van dit jaar kwamen een aantal voorbeelden van zulke missers langs waarover ik me verbaasd heb. Zo hoorde ik van buschauffeurs dat in de nieuwe bussen die vanaf 2021 gaan rijden geen radio meer wordt geïnstalleerd. De provincie, zo werd gezegd, zou dat als opdrachtgever voor openbaar vervoer niet nodig vinden. Nu had ik bij de eerder uitgangspunten voor de aanbesteding van de busconcessies juist veel aandacht gevraagd voor de arbeidsomstandigheden van chauffeurs. Normale pauzes, fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, behoud van volwaardige banen. Hoe vreemd is het dan om te horen dat de radio op initiatief van de vervoerder uit het nieuwe busmaterieel wordt gelaten. Tja, die radio hadden we inderdaad niet specifiek voorgeschreven…

Nu is een radio voor een buschauffeur gewoon een prettig gegeven tijdens de rit. Het helpt een beetje bij de stress in het verkeer en het halen van de vaak strakke schema’s. Na vragen van mijn kant heeft de gedeputeerde beloofd de vervoerder hierop aan te spreken. Van de provincie mag de radio in de bus blijven. Van de reizigers ook, zag ik de volgende dag bij Hart van Nederland. Maar toch.

Iets soortgelijks geldt voor het toilet in de trein. Ook hier verwacht je dat de aanwezigheid van een wc een algemeen geaccepteerde standaard is die niet door ons voorgeschreven hoeft te worden. Toch is in eerdere periodes een reeks treinen geïntroduceerd die geen toilet aan boord hebben. In Overijssel is dat gelukkig beperkt tot een handvol treinen op het traject Almelo – Hardenberg. Dat is een rit van 24 minuten of korter, afhankelijk van de bestemming. In Gelderland zijn echter een flink aantal trajecten van meer dan een uur reistijd zonder wc. Terecht dat belangen en patiëntengroepen zich daarover roeren.

Gelukkig hebben we (rolstoeltoegankelijke) toiletten wél vastgelegd in onze Nieuwe Uitgangspunten voor het Spoor in Overijssel. Voor Almelo – Hardenberg is de voorlopige (en zeker niet optimale) oplossing dat GS naar NS stappen om de stations in Oost Nederland comfortabeler te maken. Dat betekent hopelijk op korte termijn koffie, ov-fietsen én wc’s op stations die deze voorzieningen nu niet hebben. Dat zou al helpen.

Kortom, we doen als fractie ons best aan de voorkant zo goed mogelijk te sturen en waar nodig later bij te sturen. Houd ons echter scherp, we hebben de ogen, oren en praktische van onze burgers en partijgenoten hard nodig!

Ik wens iedereen heel prettige dagen en een gezond en voorspoedig 2020.