Over mest en gebrek aan bestuurlijk lef

Door Annemieke Wissink op 15 december 2017

Boeren, handelaren en mestverwerkers frauderen op grote schaal met mest. Dat blijkt uit een onderzoek van NRC. Onze kersverse minister van Landbouw, Carola Schouten gaf direct aan “echt boos” te zijn en de betrokken partijen op het matje te roepen. Toen bleef het stil en gebeurde er niets.

Hoeveel er precies gefraudeerd wordt is niet bekend, maar het planbureau voor de leefomgeving schat dat 30 tot 40% van de mest illegaal wordt uitgereden. En één op de drie mesthandelaren is veroordeeld, beboet of houdt zich niet aan de regels. De belangen zijn groot, de pakkans is klein en de boetes zijn laag. Op het vervalsen van vervoersdocumenten staat een boete van slechts 300 euro. De artikelen in NRC schetsen een beeld dat veel lijkt op de georganiseerde misdaad. Er bestaat een ingenieus netwerk van verschillende partijen die allemaal betrokken zijn. Wie niet meedoet, heeft geen werk.

We zouden om verschillende redenen razend boos moeten zijn over deze mestfraude. Allereerst zorgt de grote hoeveelheid mest die illegaal wordt uitgereden en gedumpt voor vervuiling van onze leefomgeving. De gevolgen daarvan zijn niet alleen verzuurde bodems en dalende biodiversiteit, maar het veroorzaakt risico’s voor de volksgezondheid en het bedreigt ons drinkwater. Ten tweede zorgt de mestfraude ervoor dat de effectiviteit van ons beleid gericht op stikstofdaling zeer twijfelachtig is. Dit beleid is gebaseerd op modellen, maar wanneer een derde van de mest in het illegale circuit zit, werken die modellen dan nog wel? Ten derde, en zeker niet de onbelangrijkste, vormt de fraude een groot risico voor alle andere boeren. De fraude levert een enorm concurrentievoordeel op voor de fraudeurs ten opzichte van boeren die zich wel aan de regels houden. En de mestfraude kan een bedreiging gaan vormen voor de derogatie, een Europese ontheffing om meer mest op je land te mogen uitrijden. Het verliezen van de derogatie zou grote gevolgen voor de veehouderij hebben. Boeren die zich wel netjes aan de regels houden zijn daarom misschien wel de grootste slachtoffers van deze fraude. Ze zouden, in mijn ogen, woest moeten zijn.

Maar waarom gebeurt er dan niks? De NVWA krijgt van de minister geen extra capaciteit voor handhaving en een voorstel van Kamerlid Grashoff voor strenge aanpak van de mestfraude en intensivering van de handhaving werd eerder deze week ook door de Tweede Kamer verworpen, coalitiepartijen VVD, CDA D66 en CU zijn tegen. Nee, we moeten niet meer gaan handhaven. “De sector moet een plan gaan maken”, aldus Schouten.

Ik proef bij de minister en de coalitiepartijen CDA, VVD, D66 en ChristenUnie een enorme handelingsverlegenheid die de laatste tijd in opmars lijkt te zijn in bestuurlijk Nederland. ‘Wij gaan niet beslissen hoe het moet, laat dat de partijen zelf doen.’ Op zich een houding waar soms veel voor te zeggen valt, maar niet altijd. Met partners praten is goed, maar uiteindelijk is de bestuurder verantwoordelijk. En die bestuurlijke verantwoordelijkheid kun je niet afschuiven op overlegvormen of participatiemodellen. Wanneer de gezondheid, veiligheid of het welzijn van jouw inwoners serieus in het geding zijn dan moet je als bestuurder niet oeverloos gaan praten, maar keihard optreden. Bestuurlijk lef noemen we dat. En daar zou veel bestuurders, waaronder minister Schouten, meer van kunnen gebruiken.

Annemieke Wissink

Annemieke Wissink

In Hof van Twente woont Annemieke Wissink samen met haar gezin. Het landelijke gebied en de schoonheid en het belang daarvan gaat haar zeer aan het hart. Ze was betrokken bij beleidsadvisering op het gebied van plattelandsontwikkeling, landbouw, natuur en milieu. Over die onderwerpen praatte ze tot maart 2014 mee in de raad van Hof van Twente,

Meer over Annemieke Wissink