75 jaar vrijheid en het provinciebestuur tijdens de bezettingsjaren

Door Hans Nooter op 4 oktober 2020

Bij de opening van de Provinciale Statenvergadering Overijssel stond Commissaris van de Koning Andries Heidema stil bij 75 jaar vrijheid en de betekenis van de oorlogsjaren voor het provinciaal bestuur. Begin dit jaar had collega-Statenlid Jeroen Piksen hem daarnaar gevraagd. Het resultaat is een interessant en compact boekje over het provinciebestuur in de bezettingsjaren dat aan de Statenleden is aangeboden. Ik heb dit boekje met veel belangstelling gelezen. Zeker het stuk over het lot van Jacob Manus Rudelsheim, Statenlid en gedeputeerde.

Omdat het boekje niet veel informatie geeft over de politieke achtergrond van Rudelsheim ben ik daar even ingedoken. Rudelsheim werd in 1894 in Assen geboren. Beroepsmatig was hij hoofdcommies bij de Raad van Arbeid, een hoge ambtelijke functie. Vanaf het begin van de jaren dertig werd hij gemeenteraadslid in Zwolle voor de Vrijzinnig Democratische Bond. In 1939 werd hij voor die partij provinciaal statenlid. Bij aanvang bezetting, zat Rudelsheim dus krap een jaar in de staten.

Al in december 1940 krijgt Rudelsheim de aanzegging dat hij vanwege zijn joodse achtergrond uitgesloten wordt van het lidmaatschap van de Staten. Zonder pardon moest hij zijn zetel achterlaten, die ook niet door een ander mocht worden ingevuld. Ambtenaren met een joodse achtergrond wachtte hetzelfde lot. De schaduw van het uitschakelen van het democratisch bestuur was al zichtbaar. In 1941 volgde de ontzegging van bevoegdheden van provinciale staten en gedeputeerde staten, en de gelijkschakeling door de bezetter. Navraag leert dat Rudelsheim aan de holocaust heeft kunnen ontkomen door zijn gemengde huwelijk met een niet joodse vrouw en door onderduik. Helaas heb ik niet kunnen achterhalen hoe het hem die moeilijke jaren is vergaan. Evenmin of hij daarover heeft geschreven.

Opnieuw Statenlid

Toen provinciale staten na de oorlog in 1946 voor het eerst weer bijeenkwamen was Jacob Rudelsheim erbij. En toen in februari 1946 de PvdA ontstond uit een fusie van VDB, SDAP en CDU werd hij Statenlid voor die partij. Al snel werd hij gedeputeerde en dat bleef hij twaalf jaar tot 1958. Jacob Rudelsheim was in het college van gedeputeerde staten van Overijssel belast met financiën, dat wil zeggen niet alleen de provinciale financiën maar ook met het toezicht op gemeentelijke financiën .

(Tekst gaat door onder foto.)

In 1958 stierf Jacob Rudelsheim, onverwacht en in het harnas. Hij was 63 jaar oud, en nog steeds lid van het College van Gedeputeerde Staten. Het provinciehuis was in die tijd nog gevestigd in de Zwolse Diezerstraat, waarvan de prachtige Statenzaal behouden is gebleven.

Hij was ook een goede bekende van mijn grootvader, partijgenoot en wethouder in Zwolle, Arie Nooter.

Al met al een bijzonder verhaal dat ons een blik gunt op de recente geschiedenis. Juist in het jaar dat we uitgebreid stilstaan bij 75 jaar vrijheid werd en wordt vanwege Corona de bewegingsvrijheid van mensen ingrijpend beperkt. Ook vergaderingen van Provinciale Staten konden niet fysiek plaatsvinden. Gelukkig kan dat wel op andere manieren en digitaal. Anders dan in de bezettingsjaren kan de democratie nu gelukkig haar werking hebben en houden.

  • voor deze column had ik contact met Jaap Hagedoorn, historicus en oud-wethouder gemeente Zwolle, en mijn vader Aart Nooter. Beiden dank voor de informatie. Verdere suggesties zijn welkom.  Het boekje is een uitgave van de provincie Overijssel.
Hans Nooter

Hans Nooter

Samen met Peter woon ik in mijn geboortestad Zwolle. Ik ben politicoloog en in het dagelijks leven adviseur duurzaamheid en maatschappelijk ondernemen. Ik maak altijd ruimte voor sport in mijn agenda: hardlopen, Tacoyo en s ’zomers banen zwemmen in het Zwolse openluchtbad. Als Statenlid heb ik de afgelopen periode initiatieven genomen en zal ik aandacht

Meer over Hans Nooter